Eerlijker wonen, duurzamer bouwen

Drie Weense studenten ontwikkelen een modulair bouw- en woonconcept voor de woningbouw van de toekomst. De bouwmaterialen zijn duurzaam en het lijkt een slim idee, maar kan het concept ook in de praktijk gerealiseerd worden? We hebben deze vraag voorgelegd aan de drie initiatiefnemers.

De drie initiatiefnemers van het project 'vivihouse'
Initiatiefnemers van het project 'vivihouse'
Paul Adrian Schulz (links), Nikolas Kichler (midden) en Mikka Fürst (rechts) 

Nikolas Kichler (NK): Afgestudeerd aan de TU Wien, studie Architectuur

Mikka Fürst (MF): Afgestudeerd aan de TU Wien, studie Architectuur, leergang 'Duurzaam Bouwen' aan de TU Wien en de TU Graz

Paul Adrian Schulz (PAS): Afgestudeerd aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Wenen, studierichting Architectuur

Hoe is het idee van vivihouse ontstaan?

Nikolas Kichler: Samen meerdere verdiepingen en ecologisch bouwen: dat was het motto aan het begin van ons project. We wilden hiermee een antwoord vinden op de grotere uitdadingen in de stedelijke woningbouw. De bewoners kunnen meewerken aan het creëren van hun gebouw. Hierdoor ontstaan er gebouwen die zinvol zijn op de lange termijn, die geschikt zijn voor dagelijkse en veranderende behoeften en die beter onderhouden kunnen worden.

Waar komt de naam 'vivihouse' vandaan en wat is er zo bijzonder aan deze modulaire wijze van bouwen?

NK: Vivihouse is afgeleid van 'convivial', wat 'met leven' betekent. Het bijzondere hieraan is de combinatie van natuurlijke grondstoffen zoals hout, strobalen en leem. Met ons modulaire concept zijn maximaal zes verdiepingen mogelijk. Dankzij de altijd identieke en eenvoudige bouw van de module is zelfs een vorm van doe-het-zelf-bouw bij de voorfabricage mogelijk. De modules kunnen aan de hand van de handleidingen op de website onder professionele begeleiding nagebouwd worden. Alles wat we bouwen, is compleet demonteerbaar en kan zo terug de natuur in. Hiermee dragen we eraan bij dat de aarde ook voor latere generaties nog leefbaar is.

Wat zijn de uitdagingen bij het bouwen van modulaire huizen met meerdere verdiepingen?

Paul Adrian Schulz: De grootste uitdagingen zien we in de logistiek, de montage, in de ecologische realisering van brandbeveiliging en geluidsisolatie en in de lucht- en slagregendichtheid. Een andere maar algemene uitdaging is het vinden van geschikte en betaalbare bouwpercelen.

Wie bewaakt de kwaliteit van de afzonderlijke modules en de statische elementen?

NK: Het project is zo opgezet dat de buitenwanden en plafondelementen eenvoudig in elkaar gezet kunnen worden. Onze workshops worden altijd begeleid door vakmensen. Omdat het gebouw gebaseerd is op prefabricagemethoden, kunnen de elementen eenvoudig gecontroleerd en door de bouwinspecteurs gekeurd worden. In het geval van dit prototype hebben enkel en alleen vakmensen het statisch relevante knooppunt, de dragende en stuttende elementen, de technische voorzieningen en het montageproces uitgevoerd.

Welke gereedschappen van Festool zijn eigenlijk vooral populair bij de gebruikers?

NK: Het belangrijkste verbindingselement van het vivihouse is de schroef. Daarom zijn in ons bouwproces vooral de accu-schroefboormachines van Festool zeer populair. Bovendien hebben ze ook voor de zeer lange schroeven voldoende kracht. Ook de zuivere, nauwkeurige sneden met de invalcirkelzaagmachine worden zeer op prijs gesteld.

Wat is jullie visie op stedelijk wonen in de toekomst?

Mikka Fürst: Bodemafdekking en de steeds schaarser wordende woonruimte spelen in onze visie een grote rol. Er moet slechts zoveel bodemoppervlak afgedekt worden als echt noodzakelijk is. Steeds meer mensen gebruiken hun tijd om uit eigen beweging hun behoeften voor een goed leven te ontdekken en deze gezamenlijk te realiseren.

Welke rol speelt duurzaamheid?

MF: Natuurlijk een grote rol. En op alle niveaus. In de ecologie door het gebruik van hernieuwbare grondstoffen, energie-efficiëntie en het hergebruik van bouwelementen. In het maatschappelijk leven via intermenselijke relaties die door verschillende vormen van betrokkenheid tot stand kunnen komen. De economische component ten slotte weerspiegelt zich in de energie-efficiëntie, de bouwkosten en de waardevast- en duurzaamheid van de bouwelementen.

Kunnen moderne architectuur en duurzaamheid wel met elkaar verbonden worden?

MF: Meer dan een derde van het totale CO2-verbruik kan herleid worden tot de bouw en het gebruik van gebouwen. Om de uitstoot in de bouwsector effectief te verminderen, rest ons eigenlijk niets anders dan van duurzaam bouwen de moderne architectuur van morgen te maken. Dat betekent dat er al in een vroeg stadium van het ontwerpproces rekening gehouden moet worden met de duurzame factoren en dat we afscheid moeten nemen van problematische oplossingen.

Welke rol spelen ecologie en duurzaamheid in de bouwsector van de toekomst?

MF: In de toekomst zal het waarschijnlijk niet meer mogelijk zijn om zonder een sterkere ecologische focus te bouwen. We zullen ons dus meer en meer op grondstoffen moeten richten die geen afval produceren en slechts geringe hoeveelheden energie bij de vervaardiging vereisen. We zullen de gehele levenscyclus bekijken en ervoor zorgen dat gebouwen zelf in hun benodigde energie kunnen voorzien.

Welke materialen worden er voornamelijk gebruikt?

MF: De basiselementen bestaan voornamelijk uit gelamineerd sparrenhout dat we kopen bij Oostenrijkse bedrijven en dat afkomstig is uit lokale bossen. De façades worden momenteel geïsoleerd met strobalen, en de binnenoppervlakken worden afgewerkt met leempleister. Cement zit alleen in de fundamenten, en isolatiematerialen zoals styropor of styrodur gebruiken we al helemaal niet.

Wie zijn jullie klanten?

NK: Personen die ecologisch bewust zijn, inspraak willen en geïnteresseerd zijn in inrichting en vormgeving.

Hebben jullie een vakopleiding gevolgd?

NK: Nee, dat hebben we op zich niet. We hebben alle drie echter al op heel wat bouwplaatsen als hulpkracht meegewerkt, vooral in de strobalenbouw.

Hoeveel creatieve speelruimte biedt een modulair bouwconcept?

PAS: Bij het tekenen van de plattegrond moet alleen rekening gehouden worden met de dragende elementen. Daarom is het vivihouse ook geschikt voor verschillende toepassingen of ideeën. Bovendien kunnen façades en plafonds bijna naar believen geconstrueerd worden op basis van smaak, beschikbaarheid van materialen, het klimaat en de technische hulpmiddelen.

Is er een 'bouwhandleiding' of hoe moet je het je eigenlijk voorstellen?

PAS: Ja, in onze workshops hebben we materiaallijsten met bijvoorbeeld informatie over schroeftypen gecombineerd met bouwhandleidingen. Hierdoor neemt de zelfstandigheid van de workshopdeelnemers toe en wordt de kans op fouten aanzienlijk kleiner. De handleidingen zijn daarnaast voor iedereen online beschikbaar. 

Hoe moeilijk is het bouwen van een dergelijke module? Krijgt een leek dit zonder professionele hulp voor elkaar?

NK: Onze workshops beginnen altijd met een training over gereedschap en veiligheid. Aan de hand van onze bouwhandleidingen worden vervolgens de volgende stappen in het bouwproces gedemonstreerd. Onze workshops worden altijd gehouden met professionele ondersteuning. Belangstellenden kunnen meebouwen, maar ook toekijken, anderen laten bouwen of anderszins meehelpen. Er is meestal genoeg te doen. Bij onze eerste prototypen hebben vooral architectuurstudenten meegebouwd. Bijna 20 procent van de meebouwers waren externe belangstellenden, onder wie ook ervaren vakmensen.

Kun je de 'woonbeleving' vergelijken met die van een traditioneel huis? Ook qua energie-efficiëntie? 

MF: Het gevoel door natuurlijke materialen omgeven te zijn is een ervaring op zich die veel mensen niet meer kennen. Dat was een van de redenen waarom we besloten hebben een prototype te bouwen. Bijvoorbeeld om de vochtregulerende werking van leempleister te kunnen ervaren. Het is een kans om stadsbewoners een betaalbaar, gezond en duurzaam initiatief te laten zien.

Wat kost de bouw van één module en hoe wordt de volledige bouw gefinancierd?

NK: Een façade-element in ons prototype kan tussen de 3.000 en 4.000 euro bruto kosten. Dit hangt sterk af van bijvoorbeeld het type en de afmetingen van de ramen. En de buitenwand kost tussen de 300 en 400 euro. In deze berekeningen zijn ook de arbeidskosten van de deelnemers opgenomen. Ons eerste drie verdiepingen tellende prototype hebben we kunnen realiseren dankzij een subsidie uit het 'Klima- und Energiefonds', bijdragen van toeleveringsbedrijven en sponsoring met materialen.

Hoe zien de verdere plannen voor het vivihouse eruit?

NK: Een vivihouse bouwen kost tijd als bewoners eraan mee moeten werken. Hierdoor kunnen echter ook de kosten dalen. Daarom kunnen we ons voorstellen dat in de toekomst het vivihouse-concept op de lange termijn zelfs als sociale woningbouw kan fungeren. Het bevordert de inclusie en is een ecologische variant van de woningbouw van de toekomst.