Leven met leem

Martin Rauch
Leemexpert
In 1974 ging Martin Rauch naar de vakschool voor keramiek en ovenbouw. In 1978 ging hij naar de Universiteit voor Toegepaste Kunsten, Wenen, waar hij in 1983 is afgestudeerd met een proefschrift over "leem klei aarde". Vanaf 1990 hield hij zich bezig met het ontwerp, de planning en de realisering van leembouwprojecten in binnen- en buitenland. In 1999 heeft hij Lehm Ton Erde Baukunst GmbH opgericht in Schlins. Sinds 2010 is hij honorair professor van de UNESCO-leerstoel "Earthen Architecture", sinds 2014 gastdocent aan het Departement Architectuur van de ETH Zürich. Het nieuwe boek "Upscaling Earth", dat Martin Rauch samen met Anna Heringer en Lindsay Blair Howe heeft uitgegeven, is zojuist verschenen.

Leem beleeft in tijden van ecologisch en duurzaam bouwen een opleving. De bijzondere kwaliteiten van het bouwmateriaal zijn al duizenden jaren bekend. Waarom komt men dan nu pas op het idee?

Dat vraag ik me al meer dan 30 jaar af. Al duizenden jaren wordt de leem rechtstreeks uit de bodem gebruikt om huizen te bouwen. De eerste huizen van stampleem zijn ongeveer 3000 jaar geleden ontstaan. Leem is een bouwmateriaal dat bijna overal verkrijgbaar is en op veel verschillende manieren kan worden gebruikt. Deze kan met weinig energie worden verwerkt en is voor honderd procent recyclebaar. Bovendien zorgt leem, of deze nu als leempleister of als stampleem wordt gebruikt, voor een gezond binnenklimaat en is deze volledig vrij van schadelijke stoffen.

En waarom werd het niet meer toegepast?

Tot in de jaren dertig van de vorige eeuw werd veel met leem gebouwd. Maar op een gegeven moment kreeg het bouwmateriaal een slechte naam omdat het als "primitief" werd beschouwd. Het "modernere" beton heeft alles in de schaduw gesteld omdat het industrieel geproduceerd kan worden en zeer economisch kan worden verwerkt. Ik heb niets tegen beton als bouwmateriaal maar het inflatoire gebruik en het hoge energieverbruik brengt grote problemen met zich mee. China heeft van 2011 tot 2013 meer cement gebruikt dan de VS in de afgelopen 100 jaar. De productie en verwerking van gewapend beton zorgt voor 14 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Inmiddels wordt er steeds meer nagedacht over de kwaliteiten van de leembouw, omdat er misschien weer meer wordt nagedacht over hoe we nu en in de toekomst willen leven.

"Leembouw heeft steeds meer voorstanders. Wat we vooral nodig hebben, zijn vakmensen die met het materiaal kunnen omgaan en werken!“

Martin Rauch

Het is nogal verbazingwekkend dat iets wat heel oud en beproefd is, plotseling wordt beschouwd als innovatief en toekomstgericht.

Dat is inderdaad zo. En toch is het niet makkelijk om het uit te leggen. We hebben vooral bewijs nodig dat we met het "primitieve" bouwmateriaal leem gebouwen kunnen realiseren die niet alleen eigentijds maar zelfs toekomstgericht zijn.

Hebt u daarom uw eigen huis volledig van stampleem gebouwd?

Ja, dat was twaalf jaar geleden. Het is in wezen een Afrikaanse leemhut, gebouwd volgens moderne Europese normen. Ik heb het gepland met de architect Roger Boltshauser. Het was een experiment waarin veel ervaring is verwerkt. Maar uiteindelijk is in de loop der jaren bevestigd dat alles precies zo werkt als we het hadden gepland: statisch, esthetisch, klimatologisch en akoestisch. Ik kan alleen zeggen dat ik het huis weer precies zo zou bouwen.

En de leembouw werkt ook bij grote gebouwen, dus bij openbare en commerciële gebouwen, net zoals bij particuliere woningen?

Als je op het materiaal afgestemd plant, is bijna alles mogelijk. Het is meer de vraag hoe je zo economisch mogelijk kunt bouwen met stampleem. Toen we het huis bouwden, werd natuurlijk veel werk met de hand gedaan, wat uiteindelijk ongeveer 30 procent meer werktijd betekende. In 2012 hebben we bij de bouw van het Ricola-kruidencentrum in Laufen bij Basel voor de eerste keer op grote schaal gewerkt met kant-en-klare stampleemelementen. Voor de Alnatura Campus in Darmstadt, het grootste kantoorgebouw van leem van heel Europa, hebben we een machine ontwikkeld om ter plaatse stampleemelementen te produceren. Hier in Schlins bouwen we momenteel een nieuwe fabriekshal waarin in de toekomst stampleemproducten machinaal worden geproduceerd.

Betekent dit dat u de klanten van hieruit bevoorraadt?

Nee. Dit zou in strijd zijn met ons begrip, want de positieve ecologische balans van de leembouw is erop gebaseerd dat het materiaal lokaal wordt betrokken en niet over honderden kilometers wordt getransporteerd. We hebben voor de stampleemwanden in het Ricola-kruidencentrum inderdaad alle benodigde materialen binnen een straal van acht kilometer betrokken. Bij Alnatura was het een ander verhaal, in dat geval hebben we voor het grootste deel de uitgegraven tunnelaarde van het grote project Stuttgart 21 gebruikt. In het algemeen gebruiken we materiaal dat anders op kostbare wijze moet worden afgevoerd en verwijderd. En daarvan is er al meer dan genoeg. Enkele jaren geleden bijvoorbeeld is het Parijse architectenbureau Joly & Loiret een project gestart waarbij wij betrokken waren. Het is echt visionair en lost tegelijkertijd een probleem op dat nauwelijks bekend is: als gevolg van bouwwerkzaamheden en grondverzetwerkzaamheden worden alleen al in de agglomeratie Parijs jaarlijks 4 miljoen kubieke meter uitgegraven leemaarde afgevoerd en verwijderd. Dat zijn ongelooflijke hoeveelheden waarvan een heleboel huizen en hele wijken in stampleem kunnen worden gebouwd.

De vraag naar duurzame concepten en oplossingen neemt steeds meer toe. Is er als gevolg daarvan een grotere vraag?

FM: De vraag naar duurzame concepten en oplossingen neemt steeds meer toe. Is er als gevolg daarvan een grotere vraag? MR: Jazeker. We merken dat het onderwerp duurzaam bouwen steeds belangrijker wordt bij de aanbestedingen voor publieke of particuliere bouwopdrachten. Er is weliswaar geen lobby die zich sterk maakt voor de leembouw, maar er zijn steeds meer voorstanders. En dat is een goede zaak. Wat we vooral nodig hebben, zijn vakmensen die met het materiaal kunnen omgaan en werken! Daarom maak ik mij er hard voor dat er veel meer aandacht voor de leembouw komt op universiteiten, technische hogescholen en ook in ambachtelijke bedrijven. Het eigenlijke doel is de verspreiding van de leembouw. Als we dat voor elkaar krijgen, is het een visie met toekomst.